209.000 spoedpatiënten bij ZAS in 2024
Iedereen in 9 volle Sportpaleizen individueel onderzocht en verzorgd

De vijf spoeddiensten van Ziekenhuis aan de Stroom (ZAS) in Antwerpen hebben vorig jaar 188.000 patiënten geholpen, of 10.500 meer dan in 2023. Met de twee eerstehulpcentra van ZAS erbij stijgt het totaal tot ruim 209.000 patiënten. Dat zijn negen volle Sportpaleizen waarvan elke aanwezige individueel werd onderzocht en behandeld. Een op de dertien patiënten was in een levensbedreigende toestand. De spoeddienst van ZAS Cadix in de binnenstad neemt met bijna 47.000 patiënten de meeste patiënten voor zijn rekening.
Het aantal patiënten op spoeddiensten stijgt al jaren. Dat komt door o.a. het dalend aantal huisartsenuren en de verschuiving van opnames in het ziekenhuis naar het dagziekenhuis. Om het toenemend aantal spoedpatiënten de nodige zorg te kunnen bieden, werkt ZAS met een combinatie van spoeddiensten en eerstehulpcentra die focussen op kleinere letsels.
6% meer spoedpatiënten
In vergelijking met 2023 steeg het aantal patiënten van de spoeddiensten met bijna zes procent. De vijf spoeddiensten van ZAS (*) verwelkomden vorig jaarin totaal 187.889 patiënten. Dat zijn er 10.547 meer dan een jaar eerder. De twee eerstehulpposten van ZAS Kaai 142 in de haven en ZAS Sint-Jozef in Mortsel waren vorig jaar goed voor 21.538 patiënten. Dat brengt het totaal op 209.427 spoedpatiënten, of 572 per dag. Omgerekend is dat elke 150 seconden een nieuwe spoedpatiënt.
(*) ZAS Augustinus, ZAS Cadix, ZAS Middelheim, ZAS Palfijn, ZAS Vincentius
Dr. Brecht De Tavernier, medisch diensthoofd spoeddiensten ZAS:
“209.000 patiënten op spoed, dat komt overeen met 9 volle Sportpaleizen waarvan we elke aanwezige individueel hebben onderzocht en geholpen. Omdat de aantallen blijven stijgen, investeren we heel wat in extra mensen. Zo hebben we op vijf jaar tijd het aantal artsenuren opgetrokken met 22 procent. Daarnaast bereiden we ons met de combinatie van spoeddiensten en eerstehulpposten voor op de toekomst. Zo anticiperen we op de daling van het aantal huisartsenuren, de toenemende zorgvraag en de vergrijzing.”
.png)
Spoeddiensten in binnenstad groeien het meest
De twee campussen in het stadscentrum (ZAS Cadix en ZAS Vincentius) groeiden het meest. Bij ZAS Cadix komt dat door de combinatie van een betere ligging na de verhuizing vanuit ZAS Stuivenberg, een aanzuigeffect van het nieuwe ziekenhuis en een herschikking van het zorgaanbod.
Met gemiddeld 128 spoedpatiënten per dag is ZAS Cadix de grootste spoeddienst van Antwerpen. In 2024 boden 46.762 patiënten (gemiddeld 128 per dag) zich aan op de spoeddienst van het nieuwe ziekenhuis. ZAS Middelheim is de op een na grootste met 43.053 patiënten (118 per dag).
Ook komende jaren stijging verwacht
Het aantal spoedpatiënten stijgt al jaren en zal dat blijven doen. Dat komt door de vergrijzing van de bevolking en de verschuiving van een deel van de eerstelijnszorg naar de spoeddiensten. Daarbovenop komt dat het aantal huisartsen in een aantal wijken in de stad de komende jaren zal dalen. Dat is het geval in Deurne, Luchtbal, Merksem, Hoboken, Stabroek en Ekeren.
De spoeddiensten in de binnenstad zien een sterke toename van het aantal ambulante patiënten. Dat wijst op een lagere toegankelijkheid van de eerstelijnszorg, doorgedreven definitieve behandelingen de spoeddienst en een toename van het aantal behandelingen in dagziekenhuis. Een voorbeeld is een breuk: eerst wordt die gestabiliseerd en weer op de juiste plaats gezet op de spoedgevallen, en vervolgens op afspraak geopereerd in dagziekenhuis.
8% spoedpatiënten in levensgevaar
De ernst van de klachten van een spoedpatiënt bepaalt hoe dringend die geholpen wordt. Een op de dertien spoedpatiënten (8%) was in een levensbedreigende toestand waarbij onmiddellijk ingrijpen nodig was. In 43 procent van de gevallen was medische hulp nodig, maar niet heel dringend.
Algemene ziekteklachten, zoals buikpijn en een snotneus, zijn goed voor bijna een kwart (23%) van de aanmeldingen. Met 19 procent staan klachten over armen of benen op de tweede plaats. De gevolgen van een val en buikpijn zitten elk rond de zes procent. Verderop volgen diverse soorten verwondingen (4%), kortademigheid, pijn op de borst en rugpijn (elk 3%)
Maandagmiddag en –avond drukste momenten
Maandag is qua aantal patiënten de drukste dag op de Antwerpse spoeddiensten, gevolgd door vrijdag en donderdag. Er is qua aantal patiënten weinig verschil tussen vrijdag- en zaterdagnacht, en de andere weeknachten. De klachten waarmee patiënten zich aanmelden verschillen wel. Maandagnamiddag en –avond zijn de drukste momenten op spoed.
Met 685 patiënten was 5 februari (maandag) de drukste dag van het jaar. Mei was de drukste maand, met iets meer dan 17.000 patiënten (549 per dag). Juli en augustus waren dan weer het kalmst met elk zo’n 14.500 patiënten (467 patiënten per dag).
Mannen vaker op spoed
Globaal genomen komen er meer mannen dan vrouwen op spoed terecht. Mannen nemen 52 procent voor hun rekening, tegenover 48 procent voor de vrouwen.
19.531 ritten voor MUG en PIT
De MUG’s en PIT’s (**) van ZAS rukten vorig jaar 19.531 keer uit: 8.017 keer voor de MUG’s en 11.514 keer voor de PIT’s. Voor de MUG’s zijn dat gemiddeld 22 ritten per dag, voor de PIT’s 31 ritten per dag.
Met 615 keer rukten de MUG’s van ZAS in 2024 het vaakst uit voor trauma’s. Oproepen voor acute ademhalingsproblemen staan met 478 ritten op de tweede plaats. 475 intoxicaties (alcohol, drugs, medicatie) zijn goed voor brons. In 425 gevallen ging het om een hartstilstand. Ondanks de korte aanrijtijd is het belangrijk dat iemand met een hartstilstand in afwachting van de MUG hartmassage krijgt. Dat kan het verschil tussen leven en dood maken.
(**) MUG staat voor Mobiele Interventie Groep. Een MUG is zowel qua uitrusting als bestaffing een mobiele spoeddienst. Aan boord zijn een urgentiearts, een spoedverpleegkundige en nog meer uitrusting dan een PIT.
De noodcentrale (112) stuurt een PIT (Paramedisch Interventie Team) uit als iemand er ernstig maar niet levensbedreigend aan toe is. Een PIT heeft een ambulancier en een spoedverpleegkundige aan boord. Die laatste heeft bovenop het diploma verpleegkunde (vier jaar) een bijkomende opleiding gevolgd om te mogen werken op de dienst spoedgevallen en mee te rijden met een PIT of MUG. Een PIT heeft veel meer uitrusting dan een ambulance: o.a. medicatie voor pijnstilling, een defibrillator, een toestel om een geïntubeerde patiënt te beademen, een bevallingsset en een toestel om een elektrocardiogram (EKG, film van het hart) te maken.
Tom Van de Vreken

